Is de DOS geschikt voor de wijkverpleging als screeningsinstrument voor een delier?

Upload 2 september 2020.
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on print
0 stemmen

Algemene Gegevens

Auteurs

  • Marion Koot

Autorisators
Nog geen autorisators.

Stap 1: Ask

Klinische Onzekerheid

Klinisch Scenario

In de wijkverpleging bestaat de cliëntenpopulatie grotendeels uit ouderen van 65+ met een grote kans op gezondheidsrisico’s, waaronder het ontwikkelen van een delier. Vooral bij kwetsbare ouderen, cliënten met cognitieve achteruitgang en cliënten in de palliatieve fase is het van belang om extra alert te zijn op verschijnselen die wijzen op het ontwikkelen van een delier. Gevolgen van een delier kunnen zeer ernstig zijn. Door vroegtijdig signaleren van symptomen kunnen ernst en duur, en daarmee de gevolgen van een delier, beperkt worden. Er zijn diverse screeningsinstrumenten ontwikkeld voor toepassing in de 2e lijn. De DOS (Delirium Observation Scale) is een in Nederland ontworpen en gevalideerd screeningsinstrument dat ontwikkeld voor is verpleegkundigen. In het Cliënten Dossier (ECD) van Thebe Wijkverpleging is de DOS als meetinstrument beschikbaar.
Beoordeling
Nog niet beoordeeld.

PICO

  • P: Thuiswonende oudere client met een risico op ontwikkelen van een delier
  • I: Screening delier met behulp van de DOS
  • C:
  • O:Vroegtijdig signaleren van een delier
Beoordeling
Nog niet beoordeeld.

Vraag

Is de Delirium Observation Scale (DOS) als screenings instrument bruikbaar voor de wijkverpleging voor het vroeg signaleren van een delier bij thuiswonende cliënten?
Beoordeling
Nog niet beoordeeld.

Stap 2: Acquire

Zoekstrategie

Eerst is gezocht naar de meest recente, relevante richtlijnen. Hiervoor zijn de databases voor richtlijnen van de V&VN, Verenso, Oncoline en NHG gebruikt. Hierin werden twee richtlijnen gevonden: Delier Landelijke richtlijn, Versie: 3.0 (2010) en Richtlijn delier, Volwassen en ouderen (2013). In de database van de NHG werd de zorgstandaard Delier (2014) gevonden. Omdat beide richtlijnen en zorgstandaard ouder zijn dan vijf jaar en nog geen aanwijzingen werden gevonden van een herziening op korte termijn, is aanvullend gezocht in PubMed) CINAHL en Cochrane. Bij die zoekopdrachten is gebruik gemaakt van zoektermen en synoniemen zoals: oudere cliënten in de thuissituatie, screening delier, vroegtijdige herkenning van delier. De resultaten werden verder verfijnd door specifiek te zoeken naar reviews die gepubliceerd zijn na 2010. De volledige zoekopdrachten zijn beschikbaar in de bijlage 1. Artikelen waarvan niet de volledige tekst beschikbaar was of een volledige tekst in een andere taal dan Engels of Nederlands zijn geëxcludeerd.

Stap 3: Appraise

Methodologie

De richtlijn en NHG standaard zijn beoordeeld aan de hand van het AGREE-II instrument¹, voor beoordeling van de systematic reviews is gebruik gemaakt van de beoordelingsformulieren van het Joanna Briggs Institute² De beoordelingen werden door elk van de twee auteurs onafhankelijk van elkaar uitgevoerd en daarna vergeleken. De kwaliteitsscore voor de richtlijn Delier volwassenen en ouderen (2013) was positief, met domeinscores van 65% tot 100%. In het algemeen kreeg de richtlijn een kwaliteitsscore van 83% en positieve aanbeveling voor gebruik. De kwaliteitsscore voor de NHG standaard Delier (2014) was positief, met domeinscores van 27% tot 100% In het algemeen kreeg de NGH standaard een kwaliteitsscore van 68% en positieve aanbeveling voor gebruik. De systematic review van Velthuijsen et al. (2016) werd positief beoordeeld op tien van de elf te beoordelen items (zie bijlage). De beoordeling van de geïncludeerde onderzoeken is slechts door één onderzoeker uitgevoerd. De systematic review van De et al. (2015) werd positief beoordeeld op negen van de elf te beoordelen items (zie bijlage). Het is onduidelijk of de beoordeling van de geïncludeerde onderzoeken onafhankelijk van elkaar heeft plaatsgevonden. Publicatiebias van de geïncludeerde onderzoeken is niet onderzocht.

Resultaten

In de systematic review van De et al. (2015) is de validiteit van 21 instrumenten onderzocht die gebruikt worden voor de screening van een delier bij ziekenhuispatiënten. De geïncludeerde studies zijn uitgevoerd op zeer diverse afdelingen binnen het ziekenhuis, onder heterogene patiëntenpopulaties. De et al. concluderen dat de keuze voor het meest geschikte instrument gebaseerd moet worden op de zorgsetting en patiëntenpopulatie. In systematic review van Velthuijsen et al. (2016) zijn de psychometrische kwaliteiten, de validiteit en betrouwbaarheid beoordeeld van 28 delierschalen voor het opsporen van een delier bij oudere ziekenhuispatiënten. Daarnaast is een overzicht gegeven van het gebruiksdoel (screening of meting van de ernst van de symptomen), de inhoud en de beoordelings- en scoringsprocedures, de duur van het assessment, de potentiële beoordelaars (artsen, verpleegkundigen of ander getraind ziekenhuispersoneel) en de eenvoud van scoren. Ook de oorspronkelijke validatieonderzoeken van deze schalen worden in de review besproken. Velthuijsen et al. concluderen dat het tijdig screening op een delier de (lange termijn)gevolgen vermindert en beperkt. Auteurs stellen dat de keuze van het meetinstrument gemaakt moet worden op basis van specifieke eigenschappen en bruikbaarheid passend bij het doel (screening, diagnose, monitoring). Over de Dos rapporteren auteurs een hoge mate van sensiviteit en specificiteit en heeft als voordeel dat de meting binnen vijf minuten ingevuld kan worden en er geen extra training voor nodig is. Als beperking heeft de DOS dat de deze alleen in Nederland is gevalideerd.

In de richtlijn Delier volwassenen en ouderen (2013) zijn 4 studies van de DOS beoordeeld. (Schuurmans et al., 2003, Van Gemert et al., 2007; Koster et al., 2009, Scheffer et al., 2011). De DOS-schaal heeft (op basis van 3 observaties per 24 uur) een sensitiviteit van 89-100% en een specificiteit van 68-88%. De voorspellende waarde van een positieve uitslag (score >3) is 47%, de voorspellende waarde van een negatieve uitslag (score <3) is bijna 100 %. Dit betekent dat de diagnose delier vrijwel nooit gemist wordt (een negatieve uitslag sluit een delier vrijwel uit, maar dat de test wel vaak een vals-positieve uitslag oplevert.
De studies van Schuurmans et al., 2003, Van Gemert et al., 2007 en Koster et al., 2009 zijn beoordeeld als lage bewijskracht. In de studie van Scheffer et al., 2011 werd de DOS gevalideerd door de mate van overeenkomst met de CAM-schaal, er werd een correlatie van 0,67 gevonden tussen beide instrumenten. De bewijslast is al zeer laag beoordeeld. De NHG standaard Delier beschrijft als diagnostische hulpmiddelen de instrumenten CAM, FAM CAM en DOS en concludeert dat deze instrumenten zijn ontwikkeld en gevalideerd in de 2e lijn bij het stellen van de diagnose delier en het monitoren van de ernst. Op basis van deze conclusie kunnen auteurs geen goed onderbouwd advies geven ten aanzien van de keuze van een instrument omdat geen enkele schaal is gevalideerd voor gebruik in de thuissituatie. Auteurs stellen dat de DOS in toenemende mate wordt gebruikt in de 2e lijn en de DOS wel in de NHG-standaard is opgenomen zodat de huisarts is staat is om de scores te interpreteren.

Stap 4: Apply

Conclusie

De DOS is ontwikkeld als screeningsinstrument voor verpleegkundigen om een delier vroegtijdig te signaleren. Alle screeningsinstrumenten, waaronder de DOS, zijn onderzocht en gevalideerd in ziekenhuizen, verpleeghuizen en hospices. Er zijn geen studies gevonden over toepassing van screeningsinstrumenten in de 1e lijn. Het gebruik van de DOS door verzorgenden is niet onderzocht. In de klinische setting is er geen consensus over welk instrument het meest geschikt is. Omdat de DOS in de 2e lijn wordt gebruikt is het van belang dat verzorgenden en verpleegkundigen in de wijkverpleging, na overdracht van zorg, de DOS kunnen begrijpen en interpreteren. Daarnaast zal het gebruik van de DOS in 1e en 2e lijn de eenheid van taal in de zorg bevorderen. Hoewel wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt kan de DOS kan in de thuissituatie toegepast worden indien er 3 maal per etmaal gemeten kan worden, zowel door verpleegkundigen als verzorgenden IG. Vanwege het fluctuerend beloop is het belangrijk om de naasten te betrekken bij het invullen van de DOS. Kennis bij verpleegkundigen en verzorgenden is noodzakelijk om de risicofactoren op het ontwikkelen van een delier en het herkennen van symptomen vroegtijdig te signaleren.

Aanbeveling

De eerste aanbeveling is om de uitkomst van dit CAT, na bespreking met collega wijkverpleegkundigen in de EBP-werkgroep, voor te leggen aan het tactisch overleg binnen de organisatie van Thebe.
Een tweede aanbeveling is er op gericht om de wetenschapscommissie over deze CAT te informeren. Het doel is om de noodzaak van onderzoek in de wijkverpleging m.b.t. het gebruik van de DOS onder de aandacht te brengen. Deze commissie werkt samen met onderzoeksinstituten Tranzo en Ukon. Door onderzoek over de toepassing van de DOS in de wijkverpleging kan de DOS ook in dit werkveld gevalideerd worden.
Een derde aanbeveling is om de deskundigheid van verpleegkundigen en verzorgenden van Thebe te vergroten door een e-learning module met als thema Delier te ontwikkelen en aan te bieden. In deze module kan op een methodische wijze uitleg worden gegeven over het delier, risicosignalering, de screening en de opvolging en kunnen verpleegkundigen en verzorgenden instructie krijgen over het gebruik en de toepassing van de DOS als screeningsinstrument.

Stap 5: Assess

Toepassing in de praktijk.

Veel cliënten in de wijkverpleging behoren tot de risicogroep op het ontwikkelen van een delier. Het vroegtijdig signaleren van symptomen van een delier door verpleegkundigen en verzorgenden in de wijkverpleging draagt bij aan preventie en kwaliteit van zorg. Het screeningsinstrument DOS biedt ondersteuning bij het tijdig signaleren van een delier waardoor ernst, duur én de gevolgen van een delier beperkt kunnen worden. Het vergroten van de kennis over een delier bij verpleegkundigen en verzorgenden in de wijkverpleging met daarbij het gebruik van de DOS draagt bij aan het vroegtijdig signaleren van symptomen. De organisatie zal bereid moeten zijn om mensen en middelen beschikbaar te stellen voor het ontwikkelen van een e-learning module over het delier en de verpleegkundigen en de verzorgenden hierin te scholen.

Bronvermelding

    Resultaten zoekstrategie: 1 richtlijn, 1 zorgstandaard en 2 systematic reviews. 1. Verenso. (2013). Richtlijn Delier volwassenen en ouderen. Utrecht: Verenso 2. Nederlands Huisarts Genootschap. (2014). NHG standaard Delier. https://www.nhg.org/?tmp-no-mobile=1&q=node/1741 3. De, J., & Wand, A. (2015) Delirium screening: a systematic review of delirium screening tools in hospitalized patients. Gerontologist, 55(6), 1079–1099. 4. Van Velthuijsen, E., Zwakhalen, S., Warnier, R., Mulder, W., Verhey, F., Kempen, G. (2016). Psychometric properties and feasibility of instruments for the detection of delirium in older hospitalized patients: a systematic review. Int J Geriatr Psychiatry, 31, 974–989. DOI: 10.1002/gps.4441

    Hulp nodig?

    Op zoek naar een EBP-expert om te helpen met het formuleren van een goede vraag? Vraag om advies bij”Kennis Netwerk Evidence-Based Practice” op LinkedIn!

    Zelf meer leren?

    E-learning

    Heb je nog niet eerder een klinische onzekerheid omgezet in een goede (beantwoordbare) onderzoeksvraag? Volg dan onze e-learning ‘EBP Stap 1: Vragen’.
    Met behulp van video’s, oefeningen én een eindopdracht met feedback van onze docent leer je een goede vraag te stellen die in de databank direct gebruikt kan worden!

    Webinar PICO Perfectie

    Van een Klinisch Scenario naar een Beantwoordbare Vraag, dat kan niet zo moelijk zijn toch? Helaas, was dat maar waar. Het maken van een PICO is soms best lastig, vooral als de klinische onzekerheid net niet past binnen het domein ‘therapie’. In dit webinar bespreken we de opbouw van de PICO, de verschillende domeinen (PICO+) en kijken we naar het allermoeilijkste onderdeel: de O.

    Hulp nodig?

    Op zoek naar een EBP-expert om te helpen met het maken van een goede zoekstrategie? Vraag om advies bij”Kennis Netwerk Evidence-Based Practice” op LinkedIn!

    Zelf meer leren?

    E-learning

    Heb je nog niet eerder een zoekstrategie gebouwd? Volg dan onze e-learning ‘EBP Stap 2: Zoeken – de basis’, ‘EBP Stap 2: Zoeken in PubMed’ of ‘EBP Stap 2: Zoeken in Cochrane Library’.
    Met behulp van video’s, oefeningen én een eindopdracht met feedback van onze docent leer je een goede vraag te stellen die in de databank direct gebruikt kan worden!

    Het Prachtige PubMed

    PubMed heeft haar nieuwe lay-out definitief online gezet, wat een verademing! Wil je even weten waar alles nu zit? Volg dan onze webinar met een korte rondleiding door het nieuwe systeem.